Het leek wel alsof de hele winter én lente zaten samengepakt in afgelopen februari. Van sneeuwstormen tot stralend voorjaarsweer, we hebben het allemaal voorbij zien komen. Maar nu is het maart, en dat betekent dat de lente toch echt in aantocht is. 

Om dat te vieren, leek het me leuk om een lijstje te maken met ‘weerwoorden’: bijzondere woorden uit verschillende talen om het weer te beschrijven. Sommige zijn vreemd en onbekend, andere ken je waarschijnlijk wel, maar zijn mooi of speciaal genoeg om eens in de spotlights te zetten.

Blizzard

Om te beginnen met de categorie ‘je kent hem waarschijnlijk wel, maar we zetten hem toch eens in de spotlights’: de blizzard. Het klinkt ijzig, en dat is het ook. Een blizzard is een combinatie van harde wind en vallende of opwaaiende sneeuw, zodat je zicht beperkt wordt tot hooguit een paar honderd meter. En dat minstens drie uur lang. Een soort sneeuwstorm dus, maar dan net een tandje heftiger. 

Mistral

Een andere wind waar niet mee te spotten valt, is een mistral. De naam komt waarschijnlijk van het Romeinse woord ‘magistralis’, wat meesterlijk betekent. De mistral is een heel krachtige, koude wind vanuit het noorden, die in Oost-Frankrijk veel voorkomt. Vincent van Gogh klaagde in de brieven aan zijn broer al over de mistral, omdat hij in die periode niet buiten kon schilderen. Toch heeft de mistral ook een positieve kant: de wind koelt en droogt de wijnranken, en voorkomt daarmee dat de druiven gaan rotten.

Zoel

Nee, niet zwoel, maar zoel. Je gebruikt het woord eigenlijk alleen als je het over het weer hebt, bijvoorbeeld in combinaties als ‘een zoel windje’. Het betekent iets als ‘aangenaam warm, zacht voor de tijd van het jaar’. Zo hadden we vorige week een aantal zoele lentedagen. Zoel is dus wel warm, net als zwoel, maar dan op een prettige manier en niet zwaar of drukkend. Tenminste, dat is hoe we het woord meestal gebruiken; volgens sommige woordenboeken zijn ‘zwoel’ en ‘zoel’ wel uitwisselbaar. Toch vind ik ‘zoel’ een stuk liever en zachter klinken dan ‘zwoel’.

Heiig

Op een zwoele (of zoele?) zomerdag kan de lucht heiig zijn. De term ‘heiig’ komt van het Middelnederlandse woord ‘hei’, wat ‘hitte’ of ‘droogte’ betekent. Door kleine droge stofdeeltjes in de lucht is het zicht dan beperkt en ligt er een soort wazige sluier over het landschap. Het is dus geen nevel of mist, want dat bestaat juist uit fijne waterdruppeltjes. Heiige lucht wordt vaak door smog veroorzaakt. 

Afa

Om nog even in zomerse sferen te blijven: het Italiaanse woord ‘afa’ beschrijft de benauwde, drukkende zomerhitte. De lucht is dan vochtig, er staat geen zuchtje wind, en daarom voelt de warmte extra intens aan. ‘Afa’ is een onomatopee: het klinkt als iemand die zucht en klaagt over de hitte, of zelfs naar adem hapt. “Pfff, wat een aafaaa”. 

Petrichor

Als een frisse regenbui een einde maakt aan het mooie weer (of aan de afa), en je gaat naar buiten, dan ruik je ‘petrichor’. Dit mooie woord beschrijft de typische lekkere geur van pasgevallen regen op warme grond. En dan geen miezerig buitje, maar een flinke regenbui nadat het een tijdlang droog is geweest, de typische geur van een zomerse bui dus. Het woord ‘petrichor’ bestaat uit de Griekse woorden ‘petra’ (steen) en ‘ichor’ (het bloed van de Griekse mythologische goden).

Gluggaveður

Ongetwijfeld het vreemdste woord uit dit lijstje is het IJslandse ‘gluggaveður’. De letterlijke vertaling is ‘raamweer’ en verwijst naar het soort weer dat mooi is om te zien, maar minder aangenaam is als je buiten bent. Zo kan de lucht strakblauw zijn en lijkt het 20 graden, maar zodra je naar buiten gaat, vriest je neus er bijna af. Of er waait een blizzard: indrukwekkend om naar te kijken, maar niet zo fijn om doorheen te wandelen. Dan heb je te maken met gluggaveður, en wil je misschien liever binnen blijven om het weer van achter je raam te bewonderen.