Waarom werk en privé scheiden zo ongezond voor je is

Ben jij ook zo beïnvloed door de jarenlange mantra ‘werk en privé moet je gescheiden houden’? Je bent niet de enige. Alsof het kennis-door-overlevering is, is deze stelling een heel eigen leven gaan leiden. Op een dag, onder de douche – heel privé – besloot ik uit te gaan zoeken bij hoeveel mensen dat ‘gescheid’ wat heeft opgeleverd, en zo ja, wat dan.

Een greep uit de antwoorden:

  • ‘Mijn moeder verhuisde naar een tehuis en op mijn werk probeerde ik daar uit alle macht niet aan te denken. Daardoor leek het wel alsof de gedachte juist steeds sterker werd en kon ik me helemaal niet meer concentreren op wat ik deed.’
  • ‘We hadden een zieke collega en daarom probeerde ik dingen op te lossen die zij normaal doet. Juist toen ik thuis rustig op de bank zat, kon ik de uitdagingen even nalopen en een oplossing bedenken. Maar ja, dat mag natuurlijk niet.’
  • ‘Ik kreeg zo veel informatie in mijn inwerkperiode, dat ik er soms ’s nachts over droomde. Ik vond het zelf niet erg, maar mijn ouders zeiden: je moet meer ontspannen en niet meer met je werk bezig zijn als je in bed ligt. Doordat dat niet goed lukte, twijfelde ik aan mezelf.’
  • ‘Ik had mijn kind heel erg huilend op school achtergelaten. Doordat ik daar op mijn werk niet over kon praten, omdat ik vind dat werk en privé gescheiden moeten zijn, voelde ik me de hele dag gespannen. Mijn collega zit natuurlijk ook niet op mijn issues te wachten.’

Zo ging het nog een tijdje door. Ik hoorde alleen dat mensen vonden dat ze werk en privé moesten scheiden, maar niet dat het hen iets goeds bracht. Ik was niet verbaasd. Jij wel? 

Stel je de volgende scenario’s eens voor:

Je moeder verhuist naar een verzorgingshuis. Het is logisch dat je daarmee bezig bent, emotioneel en geestelijk. Je vertelt je collega dat dat speelt. Je collega vraagt halverwege de dag: ‘Hebben jullie misschien een account bij dat tehuis, waarin je kunt kijken hoe het met je moeder gaat?’ Ja, dat is er. Je kijkt er even in. Je ziet hoe het gaat. Als het goed gaat, ben je opgelucht. Als het niet zo goed gaat, stuur je een bericht of bel je even. Ditzelfde kun je doen in de situatie met het huilende kind. Het lucht op om je niet in een hoekje te verbijten. Omdat je collega ervan weet, sta je er niet meer alleen in. Veel relaxter! 

Of deze situatie:

Thuis op de bank, na werktijd, komt je werkuitdaging weer even voorbij in je gedachten. Je pakt een pen en papier en schrijft op wat je nu, in alle rust, hebt bedacht als mogelijke oplossingen. Je stopt het papier in je tas of legt het op je werkplek. De volgende dag bespreek je je ideeën met je collega’s en help je elkaar de juiste oplossing te implementeren. Gevolg: een meer ontspannen gevoel én een groter zelfvertrouwen. 

Ten slotte:

Als je veel nieuwe dingen te verwerken krijgt, zoals in een inwerkperiode, is het fysiologisch zo, dat je hersens je helpen de informatie op de juiste manier te verwerken. Als je dat toelaat, en niet rigide vasthoudt aan een onhaalbare keuze, dan doen je lichaam en geest gewoon waar ze goed in zijn: voor jou zorgen

Het is niet eens moeilijk. Sterker nog, het is heel erg makkelijk.

Het loont de moeite om jezelf niet in duizend stukjes uiteen te laten vallen, als een spiegel die op de badkamervloer klettert, met ik op mijn werk, ik als ouder, ik als kind, ik als collega, ik als burger, ik als … Dat is namelijk heel onnatuurlijk en kost daardoor veel energie. Natuurlijk gedrag is als je goed weet wie jij bent – je bent tenslotte gewoon één mens – want dan vallen voelen en denken, doen en zijn met elkaar samen. Dit is eigenlijk normaal. Als je krampachtig steeds een andere rol inneemt, geeft dat (kunstmatige) stress. Zonde! Je zet in zo’n situatie namelijk ook nog eens onbewust je frontale kwab aan het werk, die zich bekwaamd heeft in de vraag ‘Wat als …?’ Door je gedachten steeds te onderdrukken, bouw je steeds meer spanning op en gaan je hersens pas echt enge situaties creëren. 

Moet ik ook nog iets zeggen over aannames doen over waar je collega ‘op zit te wachten’? Nee toch? Precies.

Accepteren dat het leven niet altijd ontspannen is, dat je een mens bent en geen robot (je collega’s, familie, vrienden en huisgenoten zijn dat ook niet), en dat er niets verloren gaat als je even je hart lucht of nadenkt, thuis of op je werk, maakt dat je heel veel wint:

  • je voelt je juist relaxter;
  • je voelt je deel van het geheel en bent minder eenzaam;
  • je bespaart energie, want je besteedt minder energie aan onnatuurlijke gedachtes;
  • je vergroot je zelfvertrouwen;
  • je hebt meer plezier in wat je op dat moment doet;
  • je kunt beter loslaten, omdat je even lucht geeft aan een gedachte of gevoel;
  • je kunt het leven beter nemen zoals het komt.

De vraag die overblijft, is: gun je jezelf dit?